- Auteur
- Datum
- op 13-03-2010 11:03
- Reacties
- 1
Fronten in zee: spektakel in het water
Achter de Stad Amsterdam wordt (als de omstandigheden het toelaten) continu de sleep-CTD van het NIOZ meegetrokken om allerlei standaard gegevens van het zeewater te registreren. Ronald de Graaf, de technische steun en toeverlaat aan boord voor het hele internetgebeuren, slaat dagelijks het CTD-bestand van de afgelopen 24 uur op en maakt meteen een plaatje van de belangrijkste gegevens om de werking van de CTD te controleren. Datzelfde plaatje wordt door hem doorgestuurd naar het NIOZ om de onderzoekers op Texel een beeld te geven van de wateren die de clipper doorkruist.
CTD is het acronym voor de sensoren 'Conductivity Temperature Depth'. Voor de technische achtergronden van de sleep-CTD verwijs ik naar een eerder weblog. In de aanloop naar Sydney werd al eens een CTD-registratieplaatje van de blauwe Pacific getoond.
Sinds Sydney zijn er op sommige trajecten interessante patronen in de CTD-registraties te zien. Hier een selectie uit de plaatjes die vanaf 19 februari ontvangen zijn. Alle
plaatjes hebben dezelfde schalen zodat ze goed met elkaar vergeleken kunnen worden:
- Blauw = temperatuur (schaal 15 - 30 graden Celcius)
- Rood = zoutgehalte (schaal van 31 naar 36)
- Geel = troebelheid (schaal 100 - 50% lichtdoorlating)
- Groen = chlorofyl (arbitraire schaal van 0 naar 0.5 Volt fluorescentie).
Na het vertrek uit Sydney (17 februari) werd eerst een oostelijke koers gevaren om voldoende ruimte te krijgen om Cape Howe te kunnen bezeilen (zie http://beagle.vpro.nl/#/blog/item/3036/ en http://beagle.vpro.nl/#/blog/item/3042/)
Daarmee kwam de clipper weer in het blauwe, arme offshore water zoals het eerste plaatje betreffende 19 februari hierboven laat zien. Duidelijk is dat de groene en de gele lijn constant vlak bij de x-as zitten: heel weinig algen en helder water.
Het tweede plaatje van 20 februari daaronder geeft een veel spectaculairder beeld. Het schip passeerde onderweg naar Bass Strait een tweetal fronten, waarbij watermassa's met een iets lagere temperatuur werden doorkruist. Dat soort fronten waren al zichtbaar op de satellietfoto's die in het weblog 'Pacific blauw' werden getoond. In de aanloop naar het eerste front daalde de temperatuur onder de 20 graden en begon de hoeveelheid chlorofyl spectaculair te stijgen. Uiteindelijk kwam de zeewatertemparatuur zelfs op 15 graden om binnen enkele uren weer op 20 graden terug te zijn. Het tweede front was wat zwakker qua temperatuurverschil en gaf ook een minder sterke piek in de fluorescentie te zien. Op 21 februari (plaatje hier niet afgebeeld) werd nog een derde front gepasseerd van koud water van 15 graden, met wederom een grote algenbloei.
Wat hier precies voor de gunstige groeiomstandigheden van het fyoplankton heeft gezorgd, is achteraf niet met zekerheid te zeggen. Het koudere water uit het zuiden had vermoedelijk veel meer voedingsstoffen dan het arme, tropische water van de East Australian Current. Als er een NIOZ'er aan boord was geweest - en aannemende dat die dan ook nog alert was op de aanwezigeheid van deze fronten - dan had die frequent watermonsters kunnen nemen en die (na filtratie) in de ultravriezer kunnen opslaan om later op het instituut op Texel de concentraties van fosfaat, silicaat, nitraat en ammonium te bepalen om te zien of er zo'n verklaring voor de algenbloeien was te vinden.
Ook de registratie hieronder van 27 februari (de dag na het vertrek uit Melbourne) laat een paar fronten zien, maar vergeleken met die van 20/21 februari waren deze veel zwakker. Het volgende plaatje is van 4 maart toen de clipper uit Adelaide vertrok. Negen uur na het te water laten van de sleep-CTD passeerde men weer een koudere watermassa (15 graden), en prompt toonde de chlorofyl fluorescentie weer een piek. Het laatste plaatje, van de dag daarna, geeft een veel uniformer, arm beeld. Hier tijdens de doorsteek van de 'Great Bight' onderweg naar Perth zou dat patroon de dagen daarna ook niet meer veranderen.
De CTD-registraties van de laatste dagen naar Perth hebben het NIOZ nog niet bereikt. Als daar interessante patronen te zien zijn, komen we daar nog op terug.
Op het NIOZ vinden al discussies plaats wat de rol van deze sleep-CTD wordt zodra het instrument na terugkomst van de clipper in Europa (eind juni), opgehaald kan worden. De sleep-CTD kan namelijk heel goed dienst doen in de zuidelijke Noordzee achter het NIOZ onderzoekschip 'Pelagia'. Tien jaar geleden had het NIOZ namelijk een soortgelijk apparaat, de 'Scanfish', waarmee we de Engelse slibpluim hebben gekarteerd en toen de daarin de 'Engelse rivier' ontdekt hebben. Dat is een sterk verdund restant van water van de Humber en de Thames dat dwars de zuidelijke Noordzee oversteekt en pas bij het zogenaamde 'Friese Front' weggemengd wordt en verdwijnt. (Zie http://www.nioz.nl/public/annual_report/2002/noordzee3.pdf)
Die Scanfish is tijdens een Antarctica vaartocht op het Duitse onderzoekschip 'Polarstern' verloren gegaan - kabelbreuk waarschijnlijk veroorzaakt door het meetrekken van een 'ghost net' of een 'longline' - en nooit vervangen. (Het NIOZ is niet verzekerd voor verlies van zeegaande apparatuur). De sleep-CTD zou na zijn wereldreis achter de clipper een prima instrument zijn om bij nieuw onderzoek in onze 'voortuin' Noordzee ingezet te worden.
Meer posts van Martien Baars
- Gerelateerde items:
- › Dossier: Dossier: Wetenschap




Reacties (1)
Toch wel jammer dat er tijdens de slepen van de CTD in de wateren rond Australië geen onderzoekers van het NIOZ aan boord waren om de conditie van dit water verder te onderzoeken. Het zou een goede aanleiding kunnen zijn voor het besluit: Zullen we die Beagle-reis nog een keertje over doen? --smile--
Ik weet dat voedingstoffen in het water belangrijk zijn voor de groei van plantplankton, maar ik heb ook altijd geleerd dat plankton niet goed tegen warm water kan. Een reden waarom tropische wateren vaak wel een grote hoeveelheid aan biodiversiteit hebben, maar het af moeten leggen tegen de hoeveelheid aan leven in kouder water. Een vraag die daaruit voortvloeit, is dus ook in hoeverre de groei van plantplankton door een hoge of lage temperatuur van het water de hoeveelheid aan voedingstoffen daarin beïnvloedt. Waarom ik dit schrijf is omdat het me aan het denken zet met betrekking tot het toedienen van voedingsstoffen aan water waarin door een te hoge temperatuur toch al weinig plankton goed zal groeien.
Heel interessant om het bovenstaande te lezen en ik kijk met interesse naar het volgende stukje van een NIOZ wetenschapper uit.