- Auteur
- Datum
- op 19-10-2009 16:05
- Reacties
- 0
Wetenschap24: 7. De tropische snoepwinkel
In het regenwoud krioelt het van de naamloze beestjes
Een klein deel van de tropische bladsprietkevers in de collectie van Naturalis (Foto Naturalis).
Hoe dichter bij de evenaar je komt, hoe rijker de natuur wordt. Waarom hebben wij maar vierduizend soorten kevers, en Brazilië misschien wel vier miljoen?
"Ruikt het een beetje echt?", vraag ik Menno Schilthuizen als we tussen de reuzenplanten staan. "Neuh", zegt de bioloog. "Dit is typisch de geur van een kas. Het zijn bodemschimmels die je ruikt, blijkbaar heel andere dan in de tropen." En het geluid? Ook mis. Hier onder de glazen gewelven van de Leidse Hortus Botanicus is het veel te stil. "Een bos op Borneo is juist heel lawaaiig, door alle beesten."
Ik hoopte hier een mooie setting te vinden voor een interview over biodiversiteit in de tropen. Enfin, er zijn veel verschillende tropische planten. En het is hier natuurlijk tropisch warm. Helaas: "Dit stelt weinig voor, hoor. Lekker fris. In een echt tropisch woud is het bloedheet en is de luchtvochtigheid 100 procent. Bovendien wordt je de hele tijd lastiggevallen door muggen en bloedzuigers."
Tja, misschien is het dan toch niet zo erg dat dit maar een slap aftreksel is van de echte natuur. We lopen naar een vijver, waarin guppy's kringen in het water maken tussen de enorme bladeren van de reuzenwaterlelie Victoria amazonica. Er staat een bankje. Kom daar maar eens om in het oerwoud.
Menno Schilthuizen is de goede persoon voor dit interview, daaraan hoef ik in elk geval niet te twijfelen. Hij is bijzonder hoogleraar insectenbiodiversiteit en wetenschappelijk onderzoeker bij natuurhistorisch museum Naturalis. Daarvoor werkte hij zeven jaar lang als onderzoeker in de oerwouden van Maleisië.
Kevers verzamelen
Met beestjes was hij als kind al bezig: "Ik verzamelde kevers. Nog steeds trouwens. Ik hoorde al gauw dat er in Frankrijk veel meer
soorten te vinden zijn dan in Nederland. Maar dat is nog niks vergeleken met de tropen. Een bos op de evenaar is voor een keververzamelaar als een gigantische snoepwinkel."
Logisch dus dat een andere keververzamelaar, de 23-jarige Charles Darwin, in februari 1831 zijn ogen uitkeek toen hij de benauwde Beagle eindelijk kon verruilen voor de Braziliaanse natuur. Uit zijn dagboek: "De verrukking die men op zo'n moment ervaart, verwart de geest - als het oog probeert de vlucht van een opzichtige vlinder te volgen, blijft de blik hangen bij een opvallende boom of vrucht; bij het observeren van een insect vergeet men dat al snel, vanwege de nog vreemdere bloem waar het overheen kruipt."
Het was voor Schilthuizen zeker net zo geweldig om voor het eerst in een tropisch bos te zijn? "Nou, nee. Dat viel ronduit tegen. Als je dieren wilt zien, moet je daar flink naar zoeken. Ik had op elk blad een kever verwacht, maar in een volwassen regenwoud zijn vooral de boomtoppen interessant, en daar zie je vanaf de grond niks van. Ik vraag me dus af of Darwin wel in een echt bos was geweest, toen hij dat scheef."
Elke dag iets nieuws
"Of misschien noteerde hij dit pas na een paar dagen. Elke dag vind je namelijk wel een hoop nieuwe dingen, iedere kever die je ziet
is van een andere soort. Ook nu nog heeft iets van 80 procent van de kleine beestjes die je in zo'n bos tegenkomt nog niet eens een naam."
Hoeveel soorten planten en dieren er in de tropen precies zijn, weet niemand. In ieder geval heel veel meer dan in gematigde streken.
Kevers spannen de kroon. Schilthuizen: "In Nederland heb je zo'n vierduizend soorten, in heel Europa 25 duizend. Dat lijkt misschien best veel, maar als je een willekeurige boom in een tropisch bos met insectengif bespuit en alles opvangt wat eruit valt, vind je al meer dan zeshonderd verschillende plantenetende kevers, waarvan zo'n 150 alleen op die ene soort boom voorkomen."
Hij rekent voor: als dat zo is voor élke boomsoort in de tropen, en dat zijn er grofweg vijftigduizend, dan kom je op 7,5 miljoen verschillende tropische kevers. Aangezien die 40 procent van alle insecten uitmaken, mag je verwachten dat er in de warme streken in totaal 17,5 miljoen soorten insecten rondkruipen en -vliegen. Plus naar schatting nog 12,5 miljoen andere levensvormen, zoals olifanten, spinnen, slakjes, wormen en planten. Samen dus 30 miljoen. De grote meerderheid daarvan staat niet in de boeken.
Charles Darwin zou hier waarschijnlijk steil van achteroverslaan. En dat terwijl Schilthuizen het leven in zee buiten beschouwing heeft gelaten, net als de ontelbare soorten bacteriën en ander eencellig spul.
De hamvraag
De zon schijnt intussen ongenadig door het glazen dak, dus ik zweet behoorlijk als we toekomen aan de hamvraag: hoe komt het dat de
biodiversiteit steeds groter wordt naarmate je dichter bij de evenaar komt? Ik weet van tevoren dat Schilthuizen niet met een simpel antwoord zal komen. Niemand heeft dat
namelijk. Het is één van de grote raadsels in de biologie. Toch is er wel iets zinnigs over te zeggen.
"Ja, sinds kort wel. Gek genoeg was het verschijnsel al eeuwen bekend, maar werd het probleem nooit gezien. Intuïtief had iedereen het idee dat je van meer zon, en dus meer energie, vanzelf meer soorten krijgt. Maar eigenlijk is dat helemaal niet logisch."
De wetenschappelijke verklaringen die nu geopperd zijn, lossen hooguit een deel van het probleem op, zegt hij. Bijvoorbeeld deze: de tropische klimaatzone is gewoon veel groter dan de andere zones. Daarom zijn er meer plekken waar nieuwe soorten kunnen ontstaan en kunnen er per soort ook meer individuen leven, zodat het gevaar van uitsterven kleiner is.
Bovendien ontstaan nieuwe soorten er waarschijnlijk ook sneller, zegt Schilthuizen. "Om twee redenen: de generaties volgen elkaar sneller op, en bij een hogere temperatuur verloopt het kopiëren van DNA wat slordiger, zodat er per generatie meer genetische variatie ontstaat. Dat laatste is nog maar een paar jaar bekend, en het kon wel eens heel belangrijk zijn. Daardoor kan een soort zich namelijk vaker splitsen in nieuwe soorten."
Zeven tropenjaren
Hoewel er intussen een hortusmedewerker is langsgekomen om de dakramen open te zetten, krijg ik het nu wel erg warm. Schilthuizen heeft
nergens last van. Zijn zeven tropenjaren hebben hem hittebestendig gemaakt.
Hoe zit het eigenlijk met de seizoensvariatie? Die vraag wil ik nog wel graag stellen. In de tropen duurt een dag altijd rond de twaalf uur en is het het hele jaar warm, terwijl een plant of dier in Nederland 's zomers heel andere omstandigheden voor z'n kiezen krijgt dan 's winters. Zou het kunnen dat ze zich in de tropen veel verder kunnen specialiseren vanwege dat constante klimaat, en dat dat tot meer soorten leidt?
"Hmm, seizoensvariatie is wel eerder genoemd als verklaring, maar de details heb ik niet paraat. Zou kunnen, dat dat ook een rol speelt." Dat brengt me op de vraag hoe je zoiets eigenlijk kunt testen. Die bewaar ik voor bij een kop koffie in het koele Hortuscafé, want eerst wil ik de hitte van de kas uit.
Even later, bij een graad of twintig, stel ik mijn laatste vraag. Theorieën zijn leuk, maar zonder bewijs wordt het natuurlijk geen wetenschap. Hoe kom je daaraan? "Je kunt bijvoorbeeld experimenten doen met micro-organismen, want die zijn lekker klein en planten zich snel voort. Nu je heel snel DNA kunt aflezen, worden proeven mogelijk waarbij je kijkt onder welke omstandigheden de biodiversiteit toe- of afneemt. Het blijft dan natuurlijk wel de vraag in hoeverre je conclusies ook in de echte wereld opgaan."
Wat ook helpt, is heel precies gegevens verzamelen uit de natuur, voegt hij toe. Bijvoorbeeld op bergen in de tropen. "Daar heb je de klimaatzones in het klein. Hoe hoger je komt, hoe kouder het wordt en hoe minder soorten je vindt." En dat natuurlijk zonder dat de seizoensvariatie verandert. Ook mijn idee is dus niet dé oplossing van het tropenraadsel.
Elmar Veerman
[Bron: Noorderlicht en Wetenschap24; dit artikel verscheen ook in de VPRO-Gids]
> Noorderlicht Radio brengt elke vrijdag reportages en achtergrondverhalen over de Beagle, tussen 15.25 en 15.40 uur op Radio 1.
> Lees alle artikelen uit het Beagle-dossier van Wetenschap24
Meer posts van Wetenschap 24
- Gerelateerde items:
- › Dossier: Dossier: Land / kunstmest / ingrijpen in de natuur
- › Dossier: Dossier: Wetenschap

Reacties (0)
Er zijn nog geen reacties geplaatst.